Jozua 11:19,20

Tekst     : Jozua 11:19,20
Thema   : Is het Oude Testament geweldadig?


Het Oude Testament in de media

Op Youtube is een filmpje te zien waarin aan voorbijgangers teksten voorgelezen worden die zogenaamd uit de Koran komen maar in werkelijkheid in de Bijbel staan. Het gaat om teksten over geweld en afgehakte handen. Daarmee wordt gesuggereerd dat de Bijbel even gewelddadig is dan de Koran. Ook in allerlei talkshows wordt vaak de link gelegd tussen moslimterrorisme en geweldsteksten in het Oude Testament. Wat ISIS doet zou vergelijkbaar zijn met wat in het Oude Testament gebeurt.

Dimitri Verhulst heeft een boek geschreven onder de titel Bloedboek. Daarin hervertelt hij alle geweldsteksten uit de eerste vijf boeken van Bijbel. In een interview in Trouw zegt Verhulst dat het merkwaardig is dat de Bijbel met al zijn verhalen over volkerenmoord in hotelkamers ligt, terwijl Hitlers Mein Kampf verboden is. Volgens Dimitri Verhulst geeft God zelf opdracht tot genocide. Hij gebruikt termen uit WOII: Endlösung en befehl ist befehl.

Huiveringwekkende verhalen

De vraag is of de critici niet gewoon gelijk hebben. In de eerste hoofdstukken van Jozua lees ik dat Israel in opdracht van God de bevolking van de ene stad na de andere moet uitroeien. Inclusief vrouwen en kinderen. In onze tijd zou er een Kanaän-tribunaal worden opgericht bij het Internationaal strafhof in Den Haag. Jozua zou worden veroordeeld voor genocide en misdaden tegen de menselijkheid.
Het zijn huiveringwekkende verhalen die veel vragen oproepen. Hoe kan God opdracht geven tot zoiets afschuwelijks? Hoe is dat te rijmen met de Vader van Jezus Christus, die het verlorene zoekt, die zondaars liefheeft, die opdracht geeft zelfs onze vijanden lief te hebben?

Afstand nemen dan maar?

Ook christenen hebben moeite met deze verhalen. Er zijn allerlei manieren gezocht om met deze teksten om te kunnen gaan. In de 2e eeuw kwam de kerkleider Marcion tot de conclusie dat de God van het Oude Testament niet dezelfde is als de Vader van Jezus Christus. Zijn voorstel was om afstand te nemen van het Oude Testament. Zijn voorstel is afgewezen maar de gedachte leeft voort tot de dag van vandaag.

Sam Jansen zegt in zijn boek De tegenstem van Jezus dat er in het Oude Testament een denkrichting was die geloofde dat God opdracht gaf tot uitroeien van de Kanaänieten, maar ook een stroming die afstand van nam van die gedachte. Volgens Jansen heeft Jezus zich bij de geweldloze lijn van het Oude Testament aangesloten. Met andere woorden Jezus nam afstand van de gedachte dat het uitroeien van de Kanaänieten een opdracht van God was.

Recent beweerde de directeur van het Nederlands Bijbelgenootschap in het Nederlands Dagblad dat wij ook maar het beste afstand kunnen nemen van deze verhalen. Wij moeten leren, schrijft hij, om deze teksten heen te geloven. Afstand nemen dus.

Nu kan ik deze gedachtelijn goed begrijpen omdat ik zelf ook moeite heb met deze verhalen. Toch vind ik de oplossing onbevredigend. Omdat ik geloof dat we in de Bijbel te maken hebben met de openbaring van God. Niet alleen in Jozua maar ook in Genesis, Exodus en Deuteronomium wordt het uitroeien van deze volken als een opdracht van God genoemd. Dan moet je wel hele sterke argumenten hebben om dat allemaal aan de kant te schuiven.

Daarom wil ik vasthouden aan het gegeven dat God zelf opdracht gaf deze volken uit te roeien en van daaruit wil ik een poging wagen om te begrijpen wat hier gebeurt. Ik wil nagaan of het Oude Testament werkelijk zo gewelddadig is als soms wordt beweerd. Maar ik wil vooral begrijpen hoe ik deze teksten moet lezen in het licht van Jezus Christus.

Als uitgangspunt neem ik Jozua 11:19,20, war een theologische duiding wordt gegeven van het uitroeien van de Kanaänieten. Er zijn drie dingen die mij opvallen.

God verhardt hun harten

Het eerste dat opvalt is dat er wordt gezegd dat God de harten van deze volkeren verharde zodat ze geen vrede sloten met Israël. Oppervlakkig lijkt het alsof ze geen kans hadden. God verhardde immers hun hart. Maar in de Bijbel is dat altijd het sluitstuk van een lang proces. Dat zie je ook gebeuren bij de Egyptische Farao. Van hem lezen wij dat hij eerst zelf zijn hart verhardt en niet voor God wil buigen. Zo komt Farao in een proces waarin hij het oordeel van God over zich afroep door zijn onbuigzaamheid. Dat oordeel bestaat er voor een deel uit dat God aan het einde van het proces het hart van Farao verhardt.

Een zelfde proces is waar te nemen bij de Kanaänitische volken. Het zijn zeer goddeloze volken. Zij offerden kinderen aan hun goden, ze waren bijzonder wreed, hielden zich met allerlei occulte praktijken bezig. Reeds in Genesis kondigt God aan dat er een dag zal komen waarop de maat van hun goddeloosheid vol is. Zoals dat ook het geval was bij de zondvloed en bij Sodom en Gomorra. Het duurt nog vier generaties voordat God het oordeel voltrekt aan de Kanaänieten. In al die tijd was er de mogelijkheid zich te bekeren.

God slaat hen met de ban

Uiteindelijk, als de maat van hun zonden vol is, treft God hun met de ban. Dat is het tweede dat opvalt, ze worden met de ban geslagen. Dat wordt steeds opnieuw herhaald in alle verhalen over de uitroeiing van deze volken. De ban was een heilige handeling waarbij alles wat de vijand toebehoorde aan God werd gewijd. Bij een totale ban (zoals in geval van Hazor) moesten alle mensen worden gedood, inclusief vrouwen en kinderen, zelfs het vee moest worden gedood. De stad worden verwoest en mocht nooit meer worden opgebouwd. Het gaat om het uitbannen van het ultieme kwaad, wat te gruwelijk is om te mogen bestaan.

In de vorige eeuw was in Engeland het echtpaar Fred en Roos West actief als serie-moordenaars. Op gruwelijke wijze brachten ze mensen om het leven en begroeven de lijken bij hun huis. Toen het eenmaal aan het licht kwam, werd hun huis afgebroken, elke baksteen verpulverd en alle houd verbrand. De plek werd opgenomen in een nieuw ontworpen landschap. Om zo alle herinnering aan wat daar gebeurd was uit te bannen. Uitbannen wat te gruwelijk is om te mogen bestaan.

Dat is precies wat hier gebeurt. God slaat de Kanaänitische volken met de ban wanneer de maat van hun zonden vol was. Het kwaad wordt uitgebannen. Het gaat dus ten diepste niet om het uitroeien van volken maar om het uitbannen van het ultieme kwaad. Dat het bestaan van de mensheid bedreigt, het bestaan van Israël en daarmee Gods reddingsplan voor de mensheid.

Uitzonderingssituatie

Deze manier van oorlog voeren door Israël, de zogenaamde ban-oorlogen zijn een uitzondering in het Oude Testament. Nergens in de geschiedenis van Israël komt het weer voor. Zelfs de Filistijnen, aartsvijanden van Israël, zijn nooit met de ban geslagen.

Bij alle andere oorlogen moest Israël zich houden aan het oorlogsrecht uit Deuteronomium. Er moest altijd eerst vrede worden aangeboden, werd die geweigerd dan moesten vrouwen en kinderen worden gespaard, krijgsgevangenen moesten goed worden behandeld.

De oorlogswetten die God aan Israël gaf waren in vergelijking met omringende volken zeer vredelievend. Omringende volken waren altijd uit op uitbreiding van macht en grondgebied. Oorlog voeren was de normale situatie waarin deze volken zich bevonden. De God van Israël is niet uit op oorlog maar op vrede. Israëlitische koningen mochten geen paarden houden want die werden gebruikt oorlog te voeren. David mocht geen tempel bouwen omdat hij te veel bloed aan zijn handen had. Profeten richten zich tegen het sluiten militaire bondgenootschappen en het opbouwen van een militaire macht.

Een tussenbalans

Je kunt de ban-oorlogen niet generaliseren en daarmee het hele Oude Testament als een gewelddadig boek aanduiden. Het zijn gruwelijke verhalen. Het is echter geen genocide maar het oordeel van God. De ban-oorlogen zijn nooit inspiratiebron geweest om andere volken uit te roeien. Het Oude Testament is zeer vredelievend vergeleken met de omringende volken. De vergelijking tussen ISIS en het Oude Testament is veel te simpel.

Kans op bekering

Het derde dat opvalt is dat er zelfs op het laatste moment een kans op bekering was. Er was geen stad die vrede sloot met de Israëlieten. De Kanaänitische volken hadden vrede kunnen sluiten zoals de Gibeonieten. Met een list maar Israël moet zich wel aan het vredesverdrag houden. Want God is een God van vrede en niet van geweld. Hij heeft geen plezier in de dood van een zondaar maar in zijn bekering.

In het licht van Christus

Er staan gruwelijke verhalen in Jozua. Je kunt deze verhalen echter niet los zien van de rest van de Bijbel. God gaat een weg met de mensheid om het kwaad uit te bannen. Dat is de rode draad. Die weg loopt uiteindelijk uit op Jezus Christus. God heeft in zijn Zoon zelf het oordeel over de zonde op zich genomen. Daarin laat Hij zijn liefde zien voor mensen die allemaal zijn oordeel hebben verdiend. Alleen zo zien we wie God werkelijk is.

Je kunt deze verhalen alleen begrijpen wanneer je ze leest in de context van God reddend handelen, Gods heilsgeschiedenis met de mensheid. Als je ze leest in het licht van Christus. Want alleen dan zien we wat het God zelf gekost heeft om de zonde uit te bannen, om een nieuwe hemel en aarde te scheppen waarop recht en vrede zal heersen. Waar het kwaad voorgoed is uitgebannen. Daar zijn we naar op weg. Het uitroeien van de Kanaänieten maakt deel uit van die weg.

Huiver voor het oordeel

Het is niet zo dat het in het Oude Testament alleen over het oordeel van God gaat en in het Nieuwe Testament alleen over de liefde van God. In het Oude Testament ontmoeten we dezelfde God, die vreugde schept in de bekering van een zondaar, die zijn kinderen lief heeft, die omziet naar de arme en de verdrukte. In het Nieuwe Testament leren we in Jezus Christus die liefde van God inderdaad dieper kennen dan ooit.

Maar het Nieuwe Testament spreekt ook over Christus die komt om te oordelen. Het oordeel over de Kanaänitische volken vervult ons met huiver, en terecht. Maar het spreken van het Nieuwe Testament over het laatste oordeel is even huiveringwekkend. Jezus' spreken over oordeel, hel en eeuwige vuur dan zou ons met dezelfde huiver moeten vervullen.

Begrijp ik het nu?

Chris Wright schrijft in zijn boek Ik dien een God die ik niet begrijp ook over deze verhalen. Als die titel ergens voor geldt is het wel voor de verhalen in Jozua. Deze gruwelijke verhalen blijven vragen oproepen: Waarom deed God het op deze manier? Waarom moest het zo? Ik moet steeds denken aan mijn kleinzoontje van twee. En grappig kereltje waar we ontzettend van genieten. Zulke kinderen leefden ook in Jericho en Ai. Dat mensen die willens en wetens blijven zondigen Gods oordeel over zich afroepen daar kan ik inkomen. Maar kinderen, daar begrijp ik helemaal niets van!!

Ik dien een God die ik niet begrijp. Maar ik wil het uiteindelijke aan Hem overlaten. Hij is de God die de geschiedenis leidt. Hij gaat een weg om het kwaad uit te bannen. Hij is een liefdevolle maar ook een rechtvaardige God. Daarom wil ik afsluiten met de belijdenis die we in Opwekking 284 vinden. Zijn werken zijn volmaakt en al zijn wegen recht. Ook de wegen die beschreven staan aan het begin van Jozua. Dat is wat ik wil belijden. Zijn werken zijn volmaakt en al zijn wegen recht. Goed en rechtvaardig is Hij.